25jan


Vandaag worden in Jordanië de grootste betogingen verwacht sinds het uitbreken van de revoluties in de Arabische wereld. Het belooft heet te worden. Vorige week kwam het voor het eerst tot geweld op straat.

Elke vrijdag zakken vijfhonderd à duizend linkse activisten en studenten af naar het centrum van Amman voor hun wekelijkse betogingen. Ze eisen de oprichting van een speciaal gerechtshof tegen corruptie en een nieuw kiessysteem. Verder willen ze lagere prijzen voor voedsel, een verlaging van de BTW en de oprichting van een echte leraarsvakbond.

Enkele weken geleden wilde koning Abdullah II op de eisen van de betogers anticiperen en stuurde de regering van Samir Rifai naar huis. Dat voldoet niet aan de eisen van de betogers.

In het Koninkrijk van de Saaiheid – zoals het Britse blad The Economist Jordanië ooit labelde – benoemt Koning Abdullah II de eerste minister direct. Daarom snakt de oppositie naar een nieuw kiessysteem en dus grondwettelijke hervoming. Weinigen zeggen het on-the-record, maar inprincipe wil men de macht van de koning beperken.

Maar niet iedereen denkt er zo over. ‘We hebben geen behoefte aan clowns, die elke week tegen niets staan te betogen’, zegt een lokale winkelier in het stadscentrum van Amman. ‘Ze doen alsof we in Egypte of Tunesië leven. Alles is in orde in Jordanië. Koning Abdullah is een goede heerser.’

De winkeliers zijn er niet mee gediend dat vrijdags, op de dag van het gebed voor hun ogen betoogd wordt. ‘Dat schaadt onze inkomsten’, vertelt de winkelier. Het is de enige vrije dag in de moslimwereld. Winkels mogen hun deuren openhouden. In die zin is de dag vergelijkbaar met zaterdagen in Europa.

Protests turned violent – Amman 18 February from Rafael Porto Carrero on Vimeo.

Vorige vrijdag landen acht betogers in het ziekenhuis na stokslagen van regeringstrouwe tegendemonstranten. ‘Vele collega’s uit de buurt hebben stokken genomen om de onnozelaars te verjagen’, vertelt de jongeman. ‘Morgen zullen we ze elimineren.’

Het klinkt spontaner dan het misschien zou kunnen zijn. Enkele Jordaanse media speculeren erop dat het parlementslid Yehya Saud achter de aanvallen zit. Hij zou een groep van 50 tot 100 mannen persoonlijk 50 à 100 Jordaanse Dinar betaald hebben om geweld te gebruiken tegen de betogers.

Saud ontkent in alle talen, maar noemt de betogers wel ‘schorriemorrie, die illegaal demonstreren. Daarvoor heb je een vergunning van de staat nodig.’

Toch zal het Moslimbroederschap, de grootste en best georganiseerde oppositiepartij, vandaag na enkele weken afwezigheid de betogers opnieuw vervoegen. Er worden zelfs tot 20.000 mensen in Amman verwacht. Ook op andere plaatsen zullen manifestaties plaatsvinden.

Het hoeft misschien niet gezegd te worden, maar de eisen van de islamisten verschillen zeer sterk van de linkse jongens. Maar dat is stof voor een ander artikel.


Enkele honderden mensen uit verschillende Arabische landen hielden deze week vreedzame betogingen voor de Libische ambassade in Amman. De lange ambtstermijn van de dictator Moammar Khadafi en de bloedige repressie van de betogingen in Libië waren de belangrijkste kritiekpunten.

‘Ik kon het niet weerstaan om naar hier af te zakken’, zegt de 21-jarige studente Alia uit Benghazi in Oost-Libië. Haar Jordaanse vriendin Karima kwam mee uit pure solidarideit.

In Libië woeden sinds een week hevige protesten tegen de 42-jarige ambtstermijn van Moammar Khadafi. Maandag waarschuwde Seif al-Islam Khadafi, de zoon de Libische leider, in een TV-toespraak nog voor het uiteenvallen van de woestijnstaat.

‘Zever in pakjes’, zingen de verzamelde Libische studenten in koor. ‘Het regime zelf stuurt aan op deze scheiding’, laat de 22-jarige Ahmed uit het West-Libische Tripoli weten. ‘Hij moet dringend ophoepelen.’

Arabs in Jordan united against Ghaddafi from Rafael Porto Carrero on Vimeo.

Khadafi regeert al 42 jaar met ijzeren hand in het Noord-Afrikaanse land. Woensdag dreigde hij ermee dat ‘het land zou branden’ als hij aan zijn soldaten opdracht zou geven geweld te gebruiken.

Enkele Libische diplomaten beschuldigen hun leider daarom van het aanzetten tot genocide. Ook de verzamelde Libische, Palestijnse, Jordaanse, Marrokaanse, Egyptische en zelfs Tunesische betogers deinzen niet terug voor dit woordgebruik.

Internationale nieuwskanalen maakten al melding van 500 tot 1000 doden. Toch zijn de betogers geenszins verrast van het uitblijven van de reacties van andere Arabische regeringen. ‘Maar de mensen steunen ons’, zegt Ahmed.

Een betogende Palestijn is desondanks diep teleurgesteld in de regeringspartijen uit eigen regio. ‘De andere Arabische landen hebben ons altijd gesteund’, wil Mohammed kwijt. ‘Hamas en Fatah zwijgen in alle talen.’